
Het melkveebedrijf van maatschap Immink is relatief kleinschalig, maar de betrokkenheid van de familieleden is groot. Naast de maten Erik en Johan, zijn ook vader Marten, Martijn (zoon van Erik) en Guus (zoon van Johan) graag op het melkveebedrijf. “Omdat het bedrijf klein is, werk ik daarnaast vier dagen per week bij een mengvoerfabriek”, zegt Erik Immink. “En mijn broer Johan werkt in de melktechniek en automatisering, ook vier dagen per week.” In 2024 was door het kortere groeiseizoen de maisopbrengst in het algemeen lager dan in 2025. Dat was bij Immink ook het geval. “In 2024 bracht onze vijf hectare mais in totaal 198 ton op met 439 zetmeel. In 2025 was de opbrengst met 265 ton op vijf hectare hoger met 341 zetmeel, dat leverde dus 67 ton mais meer op”, zegt Marten, die de cijfers goed in beeld heeft.
In 2024 bevatte de 700 ingezonden maiskuilen voor de Nationale VEM-wedstrijd van Limagrain een recordhoge voederwaarde (zie kader VEM niet alleen uit zetmeel, maar ook 58% uit restplant). Gemiddeld was het 1.016 VEM/kg drogestof, 388 zetmeel en 58,1% NDF-verteerbaarheid bij 39% drogestof. Immink scoorde met hun toen ingezonden maiskuil (oogst 2024) 1.072 VEM/kg ds, maar liefst 439 zetmeel, 58% NDF-verteerbaarheid bij 39,8% drogestof. Daarmee werden ze tweede in de VEM-wedstijd en wonnen een lang hotelweekend aan de Zeeuwse kust. Marten is samen met zijn vrouw Martha naar Zeeland geweest. “Alles was dik voor mekaar, we hebben genoten van een heel fijn en volledig verzorgd verblijf”, zegt Marten.
Immink kiest voor vroege maisrassen om op tijd een rustgewas of gras te kunnen zaaien. “We zaaien al jaren maisrassen van Limagrain. Mengvoerleverancier CAV Den Ham is dealer van LG-rassen en levert het maiszaad aan ons. Sinds een aantal jaren zaaien we het ras LG 31.205. Dat bevalt ons goed, want dit zeer vroege ras is op tijd rijp en levert veel VEM op”, vertelt Erik. In 2024 is op 25 april vijf hectare ingezaaid met LG 31.205. Voor inzaai is de grond twee keer bewerkt met een cultivator en daarna bemest met 45 tot 50 kuub drijfmest. “Sinds 2022 spitten we daarna de grond met een eigen spitmachine, waarna we de mais inzaaien. Spitten geeft een goede beginontwikkeling en een egale maisopkomst. Waarschijnlijk omdat de beworteling verbetert”, denkt Guus, de zoon van Johan. Het spuiten tegen onkruiden gebeurt door de loonwerker. “Vooral om hanenpoot en muur aan te pakken, waar we veel last van hebben”, zegt Erik. “2024 was een raar seizoen. Eerst was het heel koud en nat en later werd het erg droog, waardoor ook nog wel wat mais is verdroogd.” Familie Immink denkt dat de kwaliteiten van het gekozen maisras en hun grondbewerking hebben bijgedragen aan een bovengemiddeld VEM-gehalte. “Geluk hebben met het weer is ook een factor. Vaak wonnen Friese melkveehouders de VEM-wedstrijd, in 2024 kwamen de twee beste kuilen uit Overijssel. De weersomstandigheden hebben daarbij vast meegespeeld.”
Martijn, de zoon van Erik, heeft een maishakselaar gekocht, waarmee hij dit najaar de mais ook zelf wil hakselen. “Dan heb je het oogstmoment zelf in de hand en dat is belangrijk voor voldoende drogestof en veel zetmeel”, zegt Martijn, die bij een mechanisatiebedrijf werkt. “Hoewel het oogstmoment soms ook afhangt van regelgeving. In 2024 hebben we op 20 september geoogst toen de mais goed rijp was en daarna ingezaaid met Italiaans raaigras. In 2025 is de mais op 19 april ingezaaid en geoogst op 29 augustus om op tijd een rustgewas, in ons geval wintergerst, te kunnen zaaien voor 1 september. Maar eigenlijk was de mais nog niet helemaal rijp.” Immink doet dit jaar ook weer mee met de VEM-wedstrijd, maar ze verwacht niet te winnen. “Want in 2025 hadden we eigenlijk twee weken later moeten oogsten. Door de te vroege oogst is het drogestofgehalte met 33,5% te laag net als het zetmeel met 341”, zegt Erik. In 2026 gaan de Overijsselse melkveehouders opnieuw het maisras LG 31.205 inzaaien. “Iets wat goed is, moet je niet veranderen”, zegt Erik.
Of je nu rekent met meer melk of bespaart in krachtvoerkosten, Hoksbergen geeft aan dat een maïsoogst met een hogere VEM een flinke besparing kan opleveren. Rekenend met een maïsoogst die 50 VEM meer geeft per kilogram droge stof uit maïs bij een rantsoen van 4 kg (op basis 80/20 gras/maïs), maakt hij een snelle rekensom: “Een koe heeft 486 VEM nodig om een liter melk te produceren, dat is 0,4 liter melk per koe en de koe geeft ongeveer 328 dagen melk per jaar. Dat betekent 135 liter per koe extra. Voor een bedrijf met 115 melkkoeien, dan kom je uit op €7.600,-.” Als je deze doorrekening ook maakt voor krachtvoer, dan komt dit al snel op enkele duizenden euro’s besparing uit, becijfert Hoksbergen.
Mts. Immink in bedrijf
Erik Immink heeft in maatschap met zijn broer Johan een melkveebedrijf op zandgrond in Hellendoorn (Ov.). Ze boeren op 25 hectare grond en melken 45 koeien. Er is 20 hectare gras en 5 hectare mais. Het rollend jaargemiddelde is 9.579 kg melk per koe met 4,56% vet en 3,51% eiwit

VEM niet alleen uit zetmeel, maar ook uit restplant
In 2024 is gemiddeld laat gezaaid. “Het kwam wat moeizaam op gang, maar de mais groeide toch goed door tot een mooi vitaal gewas met goede kolf. Meestal was ook de afrijping goed, met gemiddeld een prima zetmeelgehalte als resultaat”, zegt Jos Groot Koerkamp, commercieel manager veehouderij van Limagrain. De enorm hoge voederwaardecijfers in 2024 zijn deels te verklaren uit een korter groeiseizoen met minder massa, waardoor de voerkwaliteit hoger was. “Een hoog VEM-gehalte komt niet alleen door een hoog zetmeelgehalte. Veel voederwaarde bij snijmais komt natuurlijk ook uit de restplant, dus uit de vertering van celwanden. De gemiddelde celwandverteerbaarheid van de LG kuilen (oogst 2024) lag met 58,7% maar liefst 1,8% hoger dan die van niet-LG rassen, wat mede de hogere voederwaarde van LG verklaart: 1.021 VEM (LG) versus 1.009 VEM. In ons veredelingsprogramma is de verteerbaarheid daarom sinds jaar en dag een belangrijk kweekdoel.”
Neem contact op met jouw regionale specialist.