Bij de keuze tussen wintertarwe en wintergerst spelen onder andere het zaaimoment, de oogstperiode, de omstandigheden op het perceel en de gewenste opbrengst een rol.
Wintergerst kan vanaf half september worden gezaaid en is doorgaans begin juli al van het land. Daarmee ontstaat vroeg ruimte voor een volgteelt of groenbemester. Wintertarwe kan later worden gezaaid en heeft een langere groeiperiode, met een hoge opbrengstpotentie.
De juiste keuze hangt dus niet alleen af van opbrengst. Ook de planning binnen het bouwplan is belangrijk. Wintergerst past bijvoorbeeld goed wanneer een vroege oogst gewenst is. Doordat het gewas vroeg van het land is, ontstaat er meer ruimte voor de teelt van een groenbemester. Met de juiste groenbemester kan gericht worden gewerkt aan aaltjesbeheersing en tegelijkertijd aan de bodemkwaliteit. Wintertarwe biedt juist meer ruimte in het zaaimoment en kan tot later in het seizoen worden ingezaaid.
Daarnaast speelt de rassenkeuze een belangrijke rol. Eigenschappen zoals vroegrijpheid, opbrengstpotentie, stevigheid en ziekteresistentie kunnen per ras verschillen. Het loont daarom om niet alleen naar het gewas te kijken, maar ook naar het ras en de omstandigheden op het eigen perceel. De rassenlijst is daarbij een handig hulpmiddel om verschillende rassen en hun eigenschappen met elkaar te vergelijken en zo een passende keuze te maken.
Welke wintergranen zijn interessant voor het komende teeltseizoen en waar let je op bij de rassenkeuze? In onderstaande video komen verschillende wintergranen en hun eigenschappen aan bod.