Als eiwitrijk voergewas is de veldboon een van de betere opties, stelt de Wageningse onderzoeker Wijnand Sukkel. Veldbonen staan al langer in de belangstelling. In de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw is veel onderzoek gedaan. Ook toen was de conclusie dat deze vlinderbloemige een goede Europese eiwitbron kan zijn in diervoeding. Maar de doorbraak bleef uit omdat de bonen niet konden concurreren met soja.

Nu lijken de kansen te keren. De Nederlandse agrarische sector zoekt naar eiwit van eigen grond. De soja staat ter discussie, de import uit Noord- en Zuid-Amerika past niet in het beeld van kringlooplandbouw.

Van de beschikbare eiwitgewassen is de veldboon een van de beste, stelt Wijnand Sukkel, onderzoeker bij Wageningen Plant Research. “Qua opbrengst kan het gewas zeker concurreren met Nederlandse soja, en wat betreft eiwitsamenstelling komt het aardig in de buurt.”

Stikstof

Wat maakt veldbonen interessant? Voor Sukkel zit dat in de combinatie van factoren. “Bonen zijn vlinderbloemigen. Ze halen stikstof uit de lucht en leggen deze vast in de bodem. Ze hebben zelf nauwelijks stikstofbemesting nodig en zorgen voor een flinke nalevering voor het volggewas. Ze dragen ook bij aan de biodiversiteit. Het bloeiende gewas is aantrekkelijk voor bijen en andere insecten.” Last but not least hebben de bonen prima voederwaarde-eigenschappen voor rundvee en pluimvee.

De onderzoeker typeert de teelt als “redelijk stabiel”. Het verbouwen van graan of maïs is gemakkelijker, maar dat verschil wordt kleiner. Sukkel: “Maïs was in de beginjaren ook niet gemakkelijk, maar de teelt heeft zich enorm ontwikkeld, zowel in mechanisatie als in het aanbod goede rassen. Ik verwacht dat zo’n beweging ook in veldbonen mogelijk is.”

Vruchtwisseling

Als voergewas voor de markt is het eiwitrijke gewas vooralsnog niet lucratief, stelt Sukkel. “Op een akkerbouwbedrijf kunnen de bonen qua saldo/hectare nauwelijks concurreren met tarwe. Maar vanuit de humane voeding ontstaat nu ook vraag, de markt voor vleesvervangers biedt kansen.“

Voor een veehouder die de bonen teelt als krachtvoervervanger voor eigen gebruik is het een prima gewas. De veldbonen passen goed in het bouwplan, naast gras en maïs. Een extra gewas heeft sowieso landbouwkundige voordelen. Sukkel: “We hebben jarenlang 1 op 1 maïs kunnen telen, omdat er nog maar weinig ziekten en plagen waren. Dat is al aan het veranderen. Op den duur kan dat niet meer. Vruchtwisseling is ook voor maïs echt welkom.”

Voor de bonen is rotatie een must. “Je moet een ruime vruchtwisseling van minimaal 1 op 6 aanhouden om problemen met voetziekte te voorkomen. Je kunt veldbonen ook 1 op 8 telen en afwisselen met voedererwten; dan heb je vlinderbloemigen in een 1 op 4-rotatie.”

Gewasbescherming door strokenteelt

Een van de knelpunten is gewasbescherming. De onderzoeker noemt met name luis, chocoladevlekken en roest. “Er zijn wel middelen beschikbaar, maar op termijn willen we het ook zonder kunnen.” Mogelijk biedt strokenteelt een oplossing. Daarmee experimenteert de ‘Boerderij van de Toekomst’, een concept van Wageningen Plant Research. Door de gewassen te telen in afwisselende smalle banen, versterken ze elkaar. Bovendien verspreiden de meestal soort-specifieke ziekten en plagen zich minder snel. “We hebben goede ervaringen met stroken van 10 meter. Met 22 meter zie je ook effect, al wordt het dan wel minder omdat de blokken groter worden.”

Meer weten over veldbonen?