Wanneer het oogstseizoen op gang komt wordt het al snel tijd de bodem te verzorgen met de teelt van een goede groenbemester. De voordelen van een geslaagde groenbemester zijn inmiddels bekend, maar gelden alleen wanneer de groenbemester goed is afgestemd op perceel, bouwplan en teeltdoel.

Sinds de invoering van de mengselplicht voor vergroening is het aanbod groenbemestermengsels explosief gegroeid. Er worden tal van eigenschappen aan mengsels toegedicht, niet altijd op basis van onafhankelijk onderzoek. De groenbemesterkeuze wordt er niet gemakkelijker op. Ons advies: start met een primair teeltdoel per perceel. Het gaat dan primair om ofwel aaltjesbeheersing, ofwel organische stof/ nutriëntenbinding.

Tip: met de online keuzetool selecteer je in 3 muisklikken jouw groenbemesters >>

Teeltdoel 1: Beheersen / bestrijden van schadelijke aaltjes

Wanneer er op het perceel (mogelijk) schadelijke aaltjes voor problemen kunnen zorgen, is het beheersen of actief bestrijden daarvan je primair teeltdoel. Schadelijke aaltjes veroorzaken derving van opbrengst en kwaliteit of maken percelen ongeschikt voor de teelt van uitgangsmateriaal zoals pootgoed en bollen.

Bij (mogelijke) aanwezigheid van schadelijke aaltjes zaai je beter geen complex mengsel met veel componenten. Wanneer slechts één van die componenten waardplant is, kan een schadelijk aaltje al sterk vermeerderen, blijkt uit onderzoek van WUR. Aaltjes gaan in mengsels actief op zoek naar hun waardplant.

De veilige en onveilige groenbemesters per aaltjessoort:

  • Bietencysteaaltjesmultiresistente bladrammenas DOUBLET Plus geeft de hoogste bestrijding van bietencysteaaltjes (BCA1; >90% afname), M. chitwoodi, fallax en hapla en het tabaksratelvirus. Bladrammenas FINAL Plus is BCA-1. Zaai je liever een mengsel, dan is LG Nemaredux de veilige keuze. Vermijd bladrammenas- en mosterdrassen die niet resistent zijn voor bietencysteaaltjes, klaver, wikken, daikon (tillage) rammenas, bruine en Ethiopische mosterd en boekweit.
  • Wortelknobbelaaltjes: tegen M. chitwoodi en ook M. fallax en M. hapla is DOUBLET Plus de aangewezen bestrijder. Ook TERRANOVA Plusen NEMAREDUX bestrijden wortelknobbelaaltjes. Vermijd Gele/ bruine/ Ethiopische mosterd, Italiaans raaigras, Japanse haver, rogge, klavers, wikken en boekweit.
  • WortellesieaaltjesTagetes patula geeft een actieve doding van Praylenchus penetrans. Japanse haver is niet-waard en geeft eenzelfde afname als zwarte braak. Vermijd bladrammenas, gele mosterd, vlinderbloemigen, Italiaans raaigras en rogge.
  • Vrijlevende aaltjes: bladrammenas en gele mosterd geven de laagste vermeerdering van vrijlevende wortelaaltjes. Vermijd grasgroenbemesters.
  • Stengelaaltjes: Grasgroenbemesters geven een lage vermeedering van stengelaaltjes. Vermijd Gele/ bruine/ Ethiopische mosterd, klaver, wikken, luzerne, boekweit, nyger, deder.

Teeltdoel 2: organische stof aanvoeren en nutriënten vastleggen

Op percelen waar geen sprake is van schadelijke aaltjes, ga je voor maximale organische stof, intensieve beworteling en maximale mineralenvastlegging. De ondergrondse ontwikkeling is hierbij nóg belangrijker dan de bovengrondse: wortels leveren meer effectieve organische stof en maken de bodem open, kruimelig en luchtig.

Toppers in organische stof

  • Japanse haver heeft een hoge slagingskans en produceert de meeste effectieve organische stof (EOS). Deze groenbemester is nog t/m september te zaaien.
  • Het mengsel ORGAMAX is speciaal samengesteld om tegen de laagste zaaikosten (12-15 kg/ha) de hoogst mogelijke organische stof te leveren. 
  • Een geslaagde grasgroenbemester levert ook veel organische stof.

Structuurverbetering

Elke groenbemester verbetert de bodemstructuur middels beworteling, maar de mate waarin verschilt behoorlijk per soort. In de afbeelding is de mogelijke wortelontwikkeling mooi te zien, maar let ook op de groeiperiode: bladrammenas heeft al na 6 weken een fors wortelpakket, bij luzerne duurt dit veel langer.

Stap 2: zaaiperiode

Nadat het primair teeltdoel de selectie al fors heeft versmald, kijk je naar de zaaiperiode. Voor een optimale aaltjesdoding zaai je best zo vroeg mogelijk, in juli of begin augustus. Bladrammenas zaai je tot uiterlijk begin september, daarna zijn gele mosterd of Japanse haver beter geschikt.

Bekijk hier alle LG groenbemesters >>