Uit analyse van 1.081 kuiluitslagen van snijmaisoogst 2020 uit heel Nederland zien we de effecten van een droge, hete zomer terug. Het zetmeelgehalte valt met 376 gram lager uit dan gemiddeld. De VEM ligt desondanks op een hoog niveau van gemiddeld 995 VEM per kg ds.

Dit blijkt uit 1.083 ingezonden kuilanalyses van maistelers uit heel Nederland in de VEM-wedstrijd van LG. ‘Het lagere zetmeelgehalte is een gevolg van de droogte en hitte afgelopen zomer. In juni – juli is de meeste mais goed ontwikkeld tot een fors gewas. In augustus kreeg de mais het zwaar. Door droogte en hitte kon het gewas zich onvoldoende koelen, met een afnemende productie van suiker als gevolg. Dit resulteerde in een verminderde korrelvulling en dat zien we terug in een wat lager zetmeelgehalte in de kuilen’, verklaart ruwvoerspecialist Robert ter Maat.

VEM uit celwanden

Toch ligt de voederwaarde met gemiddeld 995 VEM/kg ds op hoog niveau. ‘Hier zien we de winst van een goede celwandverteerbaarheid. Een goed verteerbare restplant (celwanden) zorgt voor veel extra voederwaarde: 25 tot 33% van de totale energie haalt de koe daaruit. In de snijmaisveredeling van LG maken we deze celwandverteerbaarheid alsmaar beter, waardoor ook de VEM blijft stijgen.’

Verteerbaarheid van zetmeel

Ook bij het zetmeel van snijmais speelt verteerbaarheid een rol. Zetmeel is nagenoeg 100% verteerbaar, maar de vertering vindt deels in de pens (onbestendig zetmeel) en deels in de darmen (bestendig zetmeel) plaats. ‘Een hoog aanbod onbestendig zetmeel is welkom om het eiwit in onze grasrijke rantsoenen te benutten en hoge melkproducties te ondersteunen. LG maisrassen die hier in uitblinken zijn vanaf nu te herkennen aan het Starplus label.’