Een mooi vlak grasland, met veel mals blad en geen onkruid. Dat is voor melkveehouder John Hermans de ideale basis. Hij past al jaren zomerstalvoedering toe en maakt al 17 jaar gebruik van grasmengsel Havera 1. Dat is op zijn bedrijf, met een beperkte huiskavel, de beste manier om eigen ruwvoer optimaal te gebruiken voor melkproductie. 

Lagere voerkosten met vers gras

“Met zomerstalvoedering heb je altijd smakelijk, fris ruwvoer met een hoge voederwaarde. Daarmee kun je veel krachtvoer besparen. In het maaiseizoen liggen de voerkosten 1,5 à 2 cent lager dan in de winter. Omdat we niet inkuilen zijn de kosten voor de voederwinning zeker niet hoger.” Hermans heeft samen met zijn vrouw Karin een bedrijf met 310 melk- en kalfkoeien. Ze hebben 170 hectare grond in gebruik. Het voeren van vers gras begint in april en de veehouder blijft maaien zolang de zware rivierklei berijdbaar is. Vorig jaar heeft hij nog in december gras opgehaald. 

Hij probeert de grasgroei zoveel mogelijk direct te benutten. Percelen die te lang worden, worden verwerkt in balen als wintervoorraad. Door regelmatig herinzaai toe te passen houdt de veehouder zijn grasland productief. Hij pakt elk perceel gemiddeld eens in de vijf jaar aan. “Een nieuw perceel levert zoveel extra opbrengst, dat verdient zichzelf altijd terug.”

Vruchtwisseling

Niet alleen voor zomerstalvoedering is regelmatige graslandvernieuwing een goed idee, stelt adviseur Martien van Lieshout van leverancier P.G. Kusters Land- en tuinbouwbenodigdheden in Dreumel (GD). “Boeren in ons werkgebied passen steeds meer vruchtwisseling toe. Veehouders wisselen maïs en gras af en ruilen ook aardappelland met akkerbouwers. De rotatie is gezond voor de maïs- en aardappelteelt en levert ook voordelen op voor het gras. Het helpt emelten, engerlingen en rouwvlieglarven in het gras te beheersen.”

Van Lieshout adviseert de keuze van het zaaizaadmengsel af te laten hangen van het graslandgebruik en het aandeel gras in het rantsoen. In alle gevallen zijn standvastigheid en kroonroestresistentie belangrijke eigenschappen, stelt hij. “Je wilt zo lang mogelijk mooi, smakelijk gras. Dan nemen koeien meer op en haal je meer melk uit je eigen ruwvoer.”

Onder zijn klanten merkt hij een ontluikende belangstelling voor het mengen van gras met klaver of graslandkruiden. Op korte termijn verwacht hij echter geen grote beweging. “De meerderheid van onze veehouders heeft nog altijd een voorkeur voor mooi, onkruidvrij grasland. Voorlopig geldt dat nog voor 80 tot 90 procent van het areaal.”

John Hermans (links) en Martien van Lieshout

Havera 1: hoogproductief met stevige zode

Havera 1 is het meest verkochte mengsel. “Er zit 70 procent smakelijk en hoogproductief tetraploïd Engels raaigras in, aangevuld met 30 procent diploïdes voor een stevige zode. Dat maakt het geschikt voor maaien en ook voor maaien én weiden.” In 17 jaar heeft melkveehouder John Hermans een enkele keer een uitzondering gemaakt, maar daarvan had hij al snel spijt. “Het Havera-mengsel komt goed op en stoelt mooi uit. En de rassen in het mengsel hebben een goede kroonroestresistentie”, zegt hij. “Dat levert dus precies wat we nodig hebben: veel goed gras dat smakelijk blijft.”